Grenzen van de bijstellingsvergunning: Een blik op recente rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

06/07/23

De weg naar het verkrijgen van een definitieve en uitvoerbare omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is vaak bezaaid met uitdagingen en onvoorziene omstandigheden. Niet alleen de weerstand van omwonenden is moeilijk te voorspellen, maar ook de vergunningsvoorwaarden die door de vergunningverlenende overheid worden opgelegd, kunnen onverwacht zijn. Ondanks een aanvankelijke vreugde van de aanvrager bij het verkrijgen van de vergunning, kunnen vergunningsvoorwaarden de uitvoering ervan  danig belasten.

Sinds 3 november 2020 is er op dit vlak enige versoepeling in de regelgeving gekomen. Vergunninghouders of exploitanten kunnen namelijk een verzoek indienen om de vergunningsvoorwaarden te laten bijstellen (artikel 82/1 van het Omgevingsvergunningsdecreet). De reikwijdte van deze bijstellingsprocedure is onlangs verder afgebakend door de Raad voor Vergunningsbetwistingen (verder ‘de Raad’).

In deze newsflash bekijken we de bijstellingsprocedure en de overwegingen van het recente arrest van de Raad (RvVB 20 april 2023, nr. RvVb-A-2223-0797).

De bijstellingsprocedure van in de omgevingsvergunning opgelegde voorwaarden

Op grond van het in 2020 ingevoerde artikel 82/1 van het Omgevingsvergunningsdecreet kan de overheid die de initiële vergunning heeft verleend, op gemotiveerd verzoek van de vergunninghouder of exploitant, een vergunningsvoorwaarde wijzigen of aanvullen. 

De bijstellingsprocedure loopt grotendeels synchroon met de gewone vergunningsprocedure. Zo zal er in de meeste gevallen een openbaar onderzoek moeten worden georganiseerd, waarbij iedereen de mogelijkheid heeft om bezwaren in te dienen. De termijnen waarbinnen de vergunningverlenende overheid een beslissing moet nemen over de aanvraag lopen eveneens gelijk. 

Vergunningsvoorwaarden hebben als doel het aangevraagde project vergunbaar te maken, door maatregelen op te leggen die verenigbaar zijn met stedenbouwkundige voorschriften, verkavelingsvoorschriften of de goede ruimtelijke ordening. 

Er bestaat uitvoerige rechtspraak en rechtsleer over in welke omstandigheden omgevingsvergunningsvoorwaarden kunnen worden opgelegd door de vergunningverlenende overheid en aan welke vereisten deze voorwaarden concreet moeten voldoen. Het bestek van deze newsflash is echter te beperkt om hier op in te gaan. Aarzel echter niet om ons te contacteren met specifieke vragen.

In een recent arrest boog de Raad zich over de vraag of een vergunninghouder een omgevingsvergunning onder voorwaarden kan uitvoeren zonder te voldoen aan de voorwaarden maar door deze later te laten bijstellen.

Geen verdoken regularisatie via de bijstellingsprocedure

Feitelijke achtergrond

Op 26 april 2016 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zwijndrecht een omgevingsvergunning voor de uitbreiding en renovatie van een bestaand gebouw (hierna: oorspronkelijke vergunning), waarbij de volgende voorwaarden werden opgelegd:

  • De platte daken bovenop het gelijkvloers die onderdeel zijn van de aanvraag dienen te worden uitgevoerd als groen dak. 

  • De verharding op het platte dak dient beperkt te worden tot een strook ter breedte van de trap naar de tuin.

De tweede voorwaarde werd opgelegd ter bescherming van de privacy van de buren. Het platte dak mocht slechts beperkt worden verhard, en mocht geen terrasfunctie krijgen.

Op 7 april 2021 vroeg de vergunninghouder op basis van de bijstellingsprocedure om deze tweede voorwaarde te wijzigen. Met de aanvraag wou de aanvrager het platte dak verder verharden om zo een beperkte terrasfunctie te kunnen realiseren. 

Zowel het college van de gemeente Zwijndrecht in eerste aanleg, als de Deputatie van de provincie Antwerpen in administratieve aanleg verleent de bijstelling onder voorwaarden.

De aangrenzende buur verzet zich tegen de aanvraag en dient na het administratief beroep een vernietigingsverzoek in bij de Raad.

Beoordeling RvVB

De aangrenzende buur voert aan dat de uitgevoerde werken niet overeenstemmen met de voorwaarden opgelegd door het college in de oorspronkelijke vergunning. De vergunninghouder heeft het platte dak verhard.  Omwille van de niet-conforme uitvoering van de vergunning kan volgens de buur geen bijstelling van de voorwaarden worden toegestaan.

De Raad treedt de buur bij en oordeelt dat, aangezien de werken niet conform de oorspronkelijke datum van 26 april 2016 werden uitgevoerd, er uit deze vergunning geen verworven rechten kunnen worden geput. De vergunningverlenende instantie kan niet op de oorspronkelijke vergunning steunen om een bijstelling te verlenen. De Raad merkte op dat onder het mom van een bijstelling in feite om een regularisatie werd gevraagd.

De vergunninghouder kan bij een niet-conforme uitvoering van de oorspronkelijke vergunning de voorwaarde enkel wijzigen door het indienen van een regularisatieaanvraag (overeenkomstig artikel 81 Omgevingsvergunningsdecreet). Via een regularisatieaanvraag had de vergunningverlenende instantie de mogelijkheid om het hele project opnieuw aan de goede ruimtelijke ordening te toetsen. Alleen via deze weg kan de bevoegde overheid met kennis van zaken oordelen of het gehele project, ook zonder de in de oorspronkelijke vergunning opgenomen voorwaarden, de toets aan de goede ruimtelijke ordening al dan niet doorstaat.

Uit het recente arrest van de Raad volgt dat een bijstellingsprocedure niet kan aangewend worden als oplossing voor het niet naleven van de oorspronkelijke vergunningsvoorwaarden. In dat geval moet een regularisatievergunning worden aangevraagd, waarbij het hele project opnieuw aan de goede ruimtelijke ordening dient te worden afgetoetst.

We blijven op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen in de regelgeving en rechtspraak binnen het omgevingsrecht.

Karel Veuchelen

Managing Associate, PwC Legal BV/SRL

+32 479 21 60 66

Email

Els Empereur

Advocaat Vennoot / Avocat Associé, PwC Legal BV/SRL

+32 494 57 15 50

Email

Follow us